• Afhalen na 1 uur in een winkel met voorraad
  • Gratis thuislevering in België vanaf € 30
  • Ruim aanbod met 7 miljoen producten
  • Afhalen na 1 uur in een winkel met voorraad
  • Gratis thuislevering in België vanaf € 30
  • Ruim aanbod met 7 miljoen producten
  1. Magazine

Standaard Boekhandel MAGAZINE

In ons magazine zetten we boeken in de schijnwerpers, van tijdloze klassiekers tot nieuwe parels. We laten recensies en aanbevelingen op jou los, die je helpen bij het vinden van jouw volgende literaire metgezel. We interviewen ook auteurs om jou inzicht te geven in hun creatieve proces, de inspiratie achter hun verhalen en de betekenis die hun werk heeft voor lezers over de hele wereld.

Dus neem een tas koffie, nestel je in je favoriete zetel en laat je meevoeren door Standaard Boekhandel MAGAZINE, waarin de liefde voor boeken en verhalen centraal staat. We hopen dat dit magazine jou zal inspireren, informeren en betoveren.

Standaard Boekhandel MAGAZINE n°01 - maart 2024

Het is weer maart, het is weer … Jeugdboekenmaand! Lezen is natuurlijk het hele jaar door plezierig, maar in maart vieren we de magie van een goed kinderboek nog eens dubbel en dik. Dit jaar staat de Jeugdboekenmaand in het teken van ‘Sport & spel’, en dat is zo gek nog niet. Lezen, spelen en bewegen zijn allemaal uitstekende work-outs voor het jonge brein.

Ook deze Jeugdboekenmaand verwennen we onze jongste lezers trouwens met allerlei fijne acties. Kom dus zeker eens langs in een van onze winkels of neem een kijkje in onze uitgebreide webshop.

Veerle De Witte, CEO Standaard Boekhandel

Uitgelicht artikel

Guido Van Genechten met Rikki

Het eigenzinnige konijntje Rikki wordt 25 jaar

Haal de slingers en worteltaart maar boven! Rikki, het konijn met het hangende oortje, is jarig en dat mag gevierd worden. Sinds zijn eerste prentenboek 25 jaar geleden verscheen, is Rikki alom geliefd bij kleuters over de hele wereld. Hoe bent u destijds op het idee gekomen voor Rikki? Guido Van Genechten: “Eigenlijk wilde ik een prentenboek schrijven over mijn jongste broer, maar dan met konijnen in plaats van kinderen in de hoofdrol. Als voorbereiding had ik een konijntje in klei geboetseerd, om mijn tekeningen op te baseren. Tijdens het drogen was een van zijn oren helemaal scheefgezakt. Dat bracht me op een idee: ‘Als ik nu eens een verhaal schrijf over een konijntje dat een beetje anders is?’ En voilà, Rikki was geboren. Zo gaat het wel vaker met inspi- ratie. De kunst is om open te staan voor toevalligheden die je op ideeën kunnen brengen.” Had u ooit durven dromen dat Rikki zo’n succes zou worden? “Nee. Het hielp dat veel kleuterjuffen en -meesters mijn boeken oppikten om in de klas te gebruiken. Vooral bij kinderen van de tweede kleuterklas raakt Rikki een gevoelige snaar. Voor die leeftijd zijn kinderen vooral met zichzelf bezig, maar vanaf dan merken ze stilaan dat er nog anderen bestaan. (lacht) En beginnen ze naarstig hun plekje binnen dat groter geheel te zoeken.” De wereld is sinds de geboorte van Rikki veranderd. Hebt u Rikki mee laten evolueren? “Nee, bewust niet. Onze wereld verandert voortdurend, maar de innerlijke leefwereld van kleuters blijft hetzelfde. Hun emoties, hun angsten, hun verlangens … Die zijn tijdloos en universeel. Dat verklaart waarom Rikki ook in het buitenland zo’n succes is, van de VS tot in Japan. Onlangs kreeg ik een filmpje te zien van een kleuterschooltje ergens op het Indiase platteland. De juf las voor uit een Rikki-boek terwijl de kinderen rondsprongen als konijntjes. Heerlijk om te zien!” © 2024, Clavis Uitgeverij, foto door Bente Pompen, illustratie door Guido Van Genechten

4 andere artikels

  • Lize Spit en Veerle Baetens

    Auteur Lize Spit en regisseur Veerle Baetens over de verfilming van 'Het smelt'

    ‘Het smelt’, het weergaloze debuut van Lize Spit over een jeugdige vriendschap die langzaam ontspoort, werd dit najaar verfilmd door actrice Veerle Baetens. Wij spraken de twee over de film én het boek: “Pas toen ik de film zag, dacht ik: wat heb ik mijn lezers in godsnaam aangedaan?” Meer dan vijf jaar stond Veerle Baetens elke dag op met de verfilming van ‘Het smelt’ in haar hoofd en ging ze er ’s avonds mee slapen. Vijf jaar van schrijven en schrappen aan het scenario, van de juiste acteurs zoeken en moeilijke keuzes maken: welke scènes uit het boek (een turf van bijna 500 pagina’s) moesten zéker in de film en welke konden sneuvelen? Het Smelt, de film, kwam er dus niet zonder slag of stoot maar: het resultaat mag gezien worden. Dat vindt ook Lize Spit, die de verfilming van haar roman zo aangrijpend vond dat ze in de cinema af en toe moest wegkijken. Herinner je je nog wanneer de verfilming van je boek voor het eerst ter sprake kwam, Lize? Lize Spit: “Ja, ‘Het smelt’ lag nog maar een week in de winkels, toen ik al telefoon kreeg van producent Dirk Impens. Hij had mijn boek als een van de eersten gelezen en zag meteen dat er een straffe film in zat. Hij wilde de filmrechten kopen, op voorwaarde dat ik hem en zijn creatieve team vrij zou laten voor de verfilming. Ik twijfelde even, maar toen heb ik hem toch maar mijn zegen gegeven. De verkoop van mijn roman liep die eerste weken al zo goed dat ik er gerust op was dat voldoende mensen mijn versie van het verhaal zouden lezen. Het kon dus geen kwaad als de film zou afwijken van mijn boek. Dirk wist ook al heel snel wie hij voor de regie wilde: Veerle Baetens.” Het Smelt is inderdaad jouw regiedebuut, Veerle. Droomde je er al langer van om ooit achter de camera te kruipen? Veerle Baetens: “Toch wel. Toen ik destijds musical ging studeren aan het Conservatorium, heb ik zelfs nog even getwijfeld of ik geen regieopleiding zou volgen. Al heb ik absoluut geen spijt van mijn keuze. Eerst gezien worden als actrice en dan pas zelf zien als regisseur voelde voor mij heel logisch aan. Een paar jaar geleden had ik al eens meegeschreven aan het scenario van ‘Tabula Rasa’ (de Eén-reeks waarin Baetens ook de hoofdrol speelde, red.) en dat smaakte naar meer. Die vraag om ‘Het smelt’ te regisseren kwam dus op het juiste moment op mijn pad.” Zag jij ook meteen een straffe film in het boek van Lize? Veerle: “Absoluut. Ik vond ‘Het smelt’ een enorm spannend boek. Als lezer zit je op het puntje van je stoel te lezen: wat zal er aan het einde met die mysterieuze blok ijs gebeuren? Daar zag ik me als regisseur wel een zenuwslopend drama rond opbouwen.” ‘Het smelt’ is ook een heel aangrijpend boek. Raakte het bij jou ook een gevoelige snaar? Veerle: “Ja, als filmmaker ga je sowieso in elk project op zoek naar iets dat jou persoonlijk raakt. In Lizes boek werd ik vooral aangegrepen door de tragedie van Eva. Dat jonge, eenzame meisje met haar gigantische verlangen om gezien te worden – en waarvoor ze letterlijk alles overheeft. Dat soort minderwaardigheidscomplex had ik vroeger ook een beetje. Ik vond mezelf als puber maar een seut, terwijl al mijn vriendinnen wel succes leken te hebben bij de jongens.” (lacht) Hoe begin je daar eigenlijk aan: een boek van bijna 500 pagina’s in een film van nog geen twee uur gieten? Veerle: “Dat was inderdaad een serieuze uitdaging. Kijk, als regisseur moet je altijd keuzes maken bij een verfilming. Alle verhaallijnen, details en sfeerscheppingen naar het doek vertalen, dat gaat gewoon niet. In het boek was ik bijvoorbeeld ook erg ontroerd door de relatie tussen Eva en haar kleine zusje Tess, die met allerlei angststoornissen kampt. In de film komt die relatie ook aan bod, maar veel minder, omdat de focus vooral op Eva zelf ligt. Ook de prachtige taal en metaforen die Lize in haar boek gebruikt, kan je onmogelijk recht aandoen op het witte doek. Een film leent zich bij uitstek om gebeurtenissen te laten zien, in plaats van ze in woorden te gieten.” Heeft Veerle je betrokken bij het maken van de film, Lize? Lize: “Toch wel, ik heb van haar verschillende versies van het scenario mogen lezen én ze stond altijd open voor mijn feedback. Dat vond ik fijn. Tegelijk heb ik Veerle altijd op het hart gedrukt dat Het Smelt haar film was en dat ze dus naar hartenlust dingen mocht veranderen. Vooral het einde van haar film wilde ze toch anders dan dat in mijn boek. Hoopvoller, vooral. Dat begreep ik ook wel. Mijn boek is heel zwaar en donker, dat kun je in een film geen twee uur volhouden. Anders loopt je publiek misschien nog de zaal uit.” (lacht) Veerle: “Ook op dat vlak is een film inderdaad iets anders dan een boek. Een roman kan je even wegleggen als het je als lezer te veel wordt, maar met een film gaat dat natuurlijk niet. Ik wilde met Het Smelt ook zeker geen moeilijke arthousecinema maken, maar een prent die een breed publiek aanspreekt. Daarom moesten we het scenario wel iets minder donker maken. Bijvoorbeeld: in Lizes boek zijn Pim (Tim in de film) en Laurens, de ‘Musketiers’ met wie Eva als jong meisje optrekt, al vanaf de eerste bladzijde heel gemeen. In de film hebben we dat toch anders aangepakt. Daarin zie je hoe die twee jongens evolueren van onschuldige kinderen naar iets gevaarlijkers. Geen van de kinderen in de film is zomaar een slechterik of pestkop. Ze worstelen allemaal wel met iets – de scheiding van hun ouders, de dood van een broer, een afwezige moeder. Ze zitten elk op hun eigen manier niet goed in hun vel.” Ben je ook een kijkje durven gaan nemen op de set, Lize? Lize: “Ja, een speciale, bijna hartverwarmende ervaring was dat. Plots stond ik daar midden in een scène die ik zelf ooit had zitten schrijven, eenzaam achter mijn bureautje. Het voelde een beetje alsof ik thuiskwam in mijn eigen boek. De dag dat ik de set bezocht, werd er net een heftige scène opgenomen met de jonge acteurs. Hoe Veerle die kinderen uitdaagde om het beste van zichzelf te geven voor de camera, maar ze tussen de takes door ook op hun gemak stelde: daar was ik erg van onder de indruk.” Het cliché zegt nochtans dat je in de filmwereld maar beter niet met kinderen of dieren werkt. Veerle: “Niets van! Het klopt wel dat je met jonge acteurs anders moet omgaan dan met oudere, professionele acteurs. Je moet hen wat meer begeleiden, meer met hen bezig zijn, zodat ze zich volledig durven geven. Maar als je daar als regisseur in slaagt, kunnen er echt prachtige dingen ontstaan voor je camera.” De lezers van ‘Het smelt’ herinneren zich vast nog de gruwelijke climax waarin Eva haar jeugdige onschuld definitief kwijtraakt. Was dat voor jou ook de moeilijkste scène om te verfilmen, Veerle? Veerle: “Tijdens het schrijven hebben we daar inderdaad lang op zitten kauwen: hoe brengen we die scène zo sterk mogelijk, maar ook met zoveel mogelijk respect voor mensen die ooit zelf het slachtoffer werden van iets soortgelijks?” In jouw roman is wegkijken alvast geen optie, Lize. Daar beschrijf je wat Eva overkomt tot in het kleinste detail. Lize: “Een bewuste keuze: het hele boek lang zit je als lezer al mee in het hoofd van Eva, die alles rondom haar messcherp observeert en beschrijft. Dan was het toch flauw geweest om, net op dat belangrijke moment, weg te kijken als schrijver? Ik wilde net dicht bij Eva blijven, haar niet in de steek laten. Toch heb ik best veel commentaar gekregen op die scène. Sommige lezers vonden het hard – zelfs bijna pervers – dat ik die traumatische gebeurtenis zo open en bloot beschreef. Maar ik vind het net pervers dat we bij zulke gewelddadige scènes geleerd hebben om weg te kijken. Zeker als het om vrouwen gaat.” Veerle: “Ook in de film wilden we tijdens die sleutelscène zo dicht mogelijk bij Eva blijven. Het is ook een van de weinige scènes waarvoor ik ben gaan polsen in mijn omgeving: ‘Wat vind jij ervan? Is het te hard? Niet hard genoeg?’ Ik wilde precies aftasten hoe ondraaglijk ik ze kon maken, zonder dat mijn publiek zou afhaken.” Lize: “Je mag een publiek ook niet onderschatten, denk ik. Er zullen vast veel vrouwelijke kijkers zijn die het net waarderen dat je dat geweld eens recht in de ogen hebt gekeken.” Ben je als schrijver destijds niet heel diep moeten gaan voor die scène, Lize? Lize: “Het was inderdaad best pijnlijk om dat zo in detail neer te pennen. Tijdens het schrijven word je als het ware even je personage. Om dat personage dan aan zoiets gruwelijks te onderwerpen, is eigenlijk een vorm van zelfkastijding. Tegelijk koppel je je als schrijver ook los. Als ik achter mijn bureau zit, zit ik niet de hele tijd te denken: wat vind ik hier nu zelf van? Ik schrijf in een staat van verdoving, waardoor ik zelf niet altijd doorheb hoever ik aan het gaan ben.” Veerle: “Daar schrok je tijdens de opnames ook van: ‘Wow, wat een heftige scène is me dat hier?’ Terwijl jij degene was die ze had verzonnen.” Lize: (knikt) “Pas toen ik sommige scènes in de film tot leven zag komen, dacht ik: wat heb ik mijn lezers in godsnaam aangedaan? Ik heb soms letterlijk tussen mijn vingers door naar het scherm zitten kijken, zo hard kwam het allemaal binnen. Ik vind vooral dat Veerle de vreselijke, verlammende eenzaamheid van Eva goed in beeld heeft gebracht. Er is een scène die niet in het boek zat maar wel in de film, waarin de jonge Eva wordt afgewezen door haar moeder. Elke keer als ik die scène zie, moet ik huilen … Zo hartverscheurend vind ik ze. Ze vat ook precies wat ik in mijn boek heb proberen te beschrijven.” Hoe blik je nu, na al die jaren, terug op je debuut, Lize? ‘Het smelt’ maakte van jou in één klap een literaire ster hier in Vlaanderen. Lize: “Als ik er nu op terugkijk, besef ik dat ik ‘Het smelt’ vanuit een héél donkere plek in mezelf heb geschreven. In zekere zin heeft dat boek dan ook mijn leven gered. Ik móést dat verhaal gewoon neerschrijven, moest het uit mijn systeem krijgen. Ik denk tegelijk niet dat ik het vandaag nog zou kunnen schrijven. Ondertussen ben ik milder geworden en heb ik een aantal dingen uit mijn eigen verleden beter verwerkt. Dat ‘Het smelt’ dan ook nog eens meteen zoveel waardering kreeg, van critici én van lezers, daar ben ik nog altijd dankbaar voor. Ik had nooit gedacht dat mijn verhaal zo herkenbaar zou zijn voor lezers. Uit die enthousiaste bijval put ik nog altijd veel troost. En vertrouwen: als alles goed gaat, komt volgend jaar mijn nieuwe boek uit.” En jij, Veerle, hoe blik jij terug op jouw debuut in de regiestoel? Veerle: “Het was een heftig traject, maar eerlijk: het smaakte zeker naar meer. Ik ben zelfs al bezig aan mijn volgende regieproject, maar veel kan ik daar nog niet over zeggen …” We zijn benieuwd. Bedankt voor het gesprek!
  • Jeroen Olyslaegers

    "Ik ben blij dat 'WIL' me pas op latere leeftijd is overkomen." - Jeroen Olyslaegers

    ‘WIL’, de oorlogsroman die in 2016 de Vlaamse literatuur volledig op haar kop zette, werd dit jaar eindelijk verfilmd. Het publiek was alvast diep onder de indruk: wat een mokerslag van een film. Benieuwd of Jeroen Olyslaegers daar ook zo over denkt. De film werd bedolven onder de lovende reacties. Wat vond u er zelf van? Jeroen Olyslaegers: “Eerlijk: ik vond het een rollercoaster van een film. De eerste keer dat ik hem zag, ben ik emotioneel helemaal onderuitgegaan. De tranen liepen over mijn wangen. In het begin schaamde ik me daar een beetje voor. Was het niet narcistisch, om zo ontroerd te raken door mijn eigen materiaal? Tot ik besefte dat die tranen meer te maken hadden met een soort flashback: door de film te bekijken, werd ik teruggekatapulteerd naar de periode waarin ik zelf aan ‘WIL’ schreef. Dat was zo’n emotionele, diepgaande ervaring, die ik in de cinemazaal even helemaal opnieuw beleefde.” Was u destijds meteen te vinden voor een verfilming van ‘WIL’? “Aanvankelijk was ik toch op mijn hoede. Als ik nog maar het vermoeden kreeg dat de makers snel wat geld wilden verdienen aan mijn boek, zou ik meteen ‘nee’ zeggen. Gelukkig had ik dat gevoel bij Tim (Mielants, de regisseur, red.) en de andere makers totaal niet. Integendeel, ik zag meteen het vuur in hun ogen, de goesting om er volledig voor te gaan. (lachje) Dat moet ook, als je in ons land een film wilt maken.” Hoe vreemd is het om als schrijver je personages tot leven te zien komen op het grote scherm? “Langs de ene kant is zo’n verfilming inderdaad heel bevreemdend, omdat het een gigantische machinerie in gang zet: dat budget, die sets, die Hollywoodachtige cinematografie ... Als schrijver sta je daar een beetje verdwaasd naar te kijken. Maar langs de andere kant voelde het voor mij ook intiem aan, omdat ik Tim Mielants als een artistieke vriend beschouw. Tim en ik delen een fascinatie voor dezelfde thema’s. Zo zijn we allebei heel erg bezig met wat het nu precies betekent om man te zijn. Het valt me telkens weer op dat mannen in staat zijn tot de wreedste dingen, om toch maar bij de groep te horen. Dat thema speelt een prominente rol in ‘WIL’ én ook in de andere films van Tim.” In hoeverre wijkt de film af van uw boek? “Het zijn toch twee verschillende dingen. De film is opgebouwd als een echte thriller, die de kijker meetrekt in een verschrikkelijke nachtmerrie. Dat thrillerelement is veel minder aanwezig in mijn boek. Maar: de morele confrontatie, die de gloeiende kern van de film vormt, lijkt wel heel erg op het dilemma dat ik in mijn boek poneer. Kijk, ik heb ‘WIL’ nadrukkelijk geschreven om een groot publiek te bereiken, maar níét om dat publiek te behagen. Ik wou de lezer dwingen om eens goed na te denken: ‘Wat zou jij hebben gedaan in de plaats van Wilfried?’ Die prangende kwestie zit ook in de film, alleen is het verhaal errond totaal anders opgebouwd. In mijn boek trek ik de lezer langzaam mee, terwijl de film je binnen de twee uur te grazen neemt, om je daarna beduusd de cinema uit te sturen.” Hoe kijkt u nu, zeven jaar na de publicatie, terug op het reusachtige succes van ‘WIL’? “Eigenlijk ben ik blij dat dat succes me pas op latere leeftijd is overkomen. Die periode was bij momenten zo heftig. Al was ik natuurlijk ook dolgelukkig dat zoveel mensen mijn boek meteen in de armen sloten.” Heeft het succes u ook iets over uzelf geleerd? “Het heeft me wel doen inzien hoeveel belang ik hecht aan mijn publiek. Tegen een publiek kan je als auteur – of acteur of muzikant – niet liegen, want ze ruiken het meteen als je niet oprecht bent. Maar als ze merken dat je de lat hoog legt én je slaagt ook nog in je opzet, dan zijn ze je voor eeuwig dankbaar. Dat is me bij ‘WIL’ overkomen: ik vond een publiek dat me dankbaar was voor wat ik gemaakt had, waardoor mijn zelfvertrouwen een enorme boost kreeg. Die steun stuwt me nog altijd vooruit, doet me nog groter dromen en dieper graven als schrijver. Voor ‘WIL’ ben ik voor het eerst all the way gegaan. Sinds dat succes ben ik vastbesloten om alleen nog maar verhalen te schrijven waarbij de lat hoog ligt. Héél hoog.”
  • Ana Huang

    Ana Huang, bekend van de #BookTok-sensatie 'Twisted'

    Haar ‘Twisted’-boeken vliegen bij ons de deur uit en dat is niet verwonderlijk. Een flinke snuif romantiek, een stevige shot mannelijk schoon en een sterke heldin: ziedaar de onweerstaanbare, verslavende mix van haar bestsellers. Ook op TikTok scheert de Amerikaanse met Chinese roots hoge toppen. Hoe zou je zelf het genre van je ‘Twisted’-serie omschrijven? Ana Huang: “Mijn boeken zijn niet zo makkelijk te categoriseren. Is het dark romance? Of toch contemporary romcom? Volgens mij zijn ze een mix van die twee. Ik schrijf romantische verhalen, maar met een donker tintje. Als je van romcoms houdt, maar eens iets gevaarlijkers wil lezen, zijn ze zeker iets voor jou.” Welk personage uit je serie leunt het dichtst bij jezelf aan? “Da’s ongetwijfeld Stella uit ‘Twisted Lies’. We zijn allebei introverte types en delen dezelfde angsten en onzekerheden. Helaas wacht ik zelf nog altijd op mijn droomvent, mijn eigen Christian Harper. (lacht) Weet je, over personages schrijven is een veilige manier om als auteur je eigen gevoelens onder de loep te nemen. Soms voelt het bijna als therapie aan.” Welke YA-boeken las je zelf de voorbije maanden? “‘Fourth Wing’ van Rebecca Yarros vond ik hartverscheurend mooi. Ik ben ook dol op fantasyverhalen, zoals ‘Once Upon A Broken Heart’ van Stephanie Garber.” Je bent enorm populair op #BookTok. Wat vind je zelf van die boekenhype op TikTok? “Ik vind het fascinerend. Mond-tot-mondreclame is altijd belangrijk geweest om van een boek een succes te maken. #BookTok is ook mond-tot-mondreclame, maar dan op een gigantische schaal. Vooral romantische boeken krijgen dankzij TikTok eindelijk de aandacht die ze verdienen, maar eigenlijk hebben sociale media boeken in het algemeen weer cool gemaakt. Toen ik jonger was, was lezen toch vooral iets voor verlegen, onzekere nerds zoals ikzelf. (lacht)” Gebruik je sociale media ook om het contact met je fans te onderhouden? “Zeker. In het begin maakte ik er een punt van om op elk bericht te reageren, maar dat hield ik gewoon niet vol. Af en toe moet ik me ook afschermen van al die input van buitenaf en gewoon naar mijn eigen stem luisteren. Als ik te veel met de mening van anderen bezig ben, kan dat me een beetje verlammen als schrijver.” Zijn er nog genres of tropes (typische plotelementen, red.) die je graag in een boek wil verwerken? “In mijn nieuwste boek, ‘King of Greed’, heb ik me voor het eerst aan de marriage-incrisis- trope gewaagd. Superleuk! Stiekem wil ik ooit ook een fantasyboek schrijven, omdat ik dat genre zelf zo graag lees.”
  • Karin Slaughter

    "Seksueel geweld is als moord. De persoon die je was, komt nooit terug." - Karin Slaughter

    Publiekslieveling Karin Slaughter was in juni nog te gast bij Standaard Boekhandel in Vlaanderen. Haar ‘Na die nacht’ zou de hele zomer in de top 10 staan, en as we speak zit de Queen of Crime in haar schrijvershuis te broeden op een volgend boek. En jawel, dat wordt opnieuw een Will Trent-thriller! Karin, je schrijft in een huis ver weg van alles en iedereen, van zonsopgang tot zonsondergang. Kan dat niet comfortabeler? Karin Slaughter: (lacht) “Ja, het is zo stom. Dat komt nog van vóór schrijven mijn fulltimejob was. Ik stond toen om vijf uur op, schreef enkele uren en moest dan naar mijn werk. En zodra ik weer thuiskwam, schreef ik verder. In het weekend blééf ik schrijven. Die job heb ik niet meer nodig, maar de routine is gebleven: gedurende een paar weken ben ik tot zestien uur per dag volledig gefocust op het verhaal. Nu ik ouder ben, voel ik wel dat mijn lichaam de tol betaalt voor dat lange zitten. Maar ach, het is nu eenmaal hoe ik het doe.” Je bent opnieuw bezig aan een Will Trent. Hoe beslis je of een boek een standalone wordt of een deel van de reeks? ”Dat hangt af van het verhaal. Als ik een idee heb voor Will en Sarah, wil ik zeker zijn dat het geweldig is. Natuurlijk wil ik nooit een slecht boek schrijven, maar zéker geen slechte Will en Sarah (lacht). Dat zou een belediging zijn voor mijn lezers. Alles moet juist zitten. Ze zijn tegenwoordig behoorlijk gelukkig in hun relatie, en dat is moeilijk. Het is veel makkelijker om te schrijven over mensen die ruziemaken en uit elkaar gaan. Maar Will en Sarah hebben het goed samen: ik moet daar respect voor hebben.” In ‘Na die nacht’ keer je terug naar Sarahs verleden, een verkrachting jaren geleden. Zelden las ik zo’n aangrijpende thriller. “Omdat vrouwen in de VS zoveel rechten op hun lichamelijke autonomie zijn kwijtgespeeld, wilde ik via Sarah schrijven over seksueel geweld en hoe het je hele leven beïnvloedt, en ook dat van de mensen om je heen. Verkrachting is als een moord, want de persoon die je voordien was komt nooit meer terug. Die onbezorgdheid is voor altijd weg. Daar komt ook de titel van het boek vandaan, want na die nacht was alles voor Sarah anders.” Je maakt er een universeel verhaal van, zegt tegen iedereen die het heeft meegemaakt: jou treft geen schuld. “We moeten stoppen met vrouwen te zeggen dat ze maar geen korte rok moesten dragen, en beginnen met mannen te zeggen dat ze niet moeten verkrachten. Weet je, ik vertel geen sprookjes waarin de man de vrouw komt redden. Ik schrijf over vrouwen en hun kracht. Verhalen van geweld zijn altijd complex, maar het gebeurt te vaak en dat is verschrikkelijk. Met mijn boeken hoop ik vrouwen een taal te geven om erover te praten.”